ECLI:NL:CRVB:2013:938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering toeslag wegens niet tijdig indienen wijzigingsformulier
Appellant werd vanaf 26 augustus 2004 in aanmerking gebracht voor een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Na een onderzoek in augustus 2010 bleek dat de echtgenote van appellant sinds oktober 2008 inkomsten uit arbeid had, wat gevolgen had voor de toeslag. Het UWV herzag de toeslag per 1 oktober 2008 en vorderde een bedrag van €7.874,22 terug.
Appellant voerde aan dat hij het wijzigingsformulier tijdig had ingediend en dat het onredelijk was om van hem te verlangen dit met een retourenveloppe te doen. Ook stelde hij dat het UWV haar recht op terugvordering had verloren door passiviteit en dat dit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt het formulier tijdig te hebben verzonden en dat het UWV terecht de toeslag had herzien en teruggevorderd. De Raad bevestigt deze uitspraak en wijst het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel af, omdat het UWV geen ondubbelzinnige toezeggingen heeft gedaan. Ook is geen sprake van dringende redenen om af te zien van terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Roermond van 29 november 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de toeslag wordt bevestigd.