ECLI:NL:CRVB:2013:940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontvangst IVA-uitkering volgens artikel 19 WW
Appellant ontvangt sinds 26 september 2011 een IVA-uitkering op grond van de Wet WIA. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft zijn aanvraag voor een WW-uitkering afgewezen omdat het ontvangen van een IVA-uitkering volgens artikel 19, eerste lid, aanhef en onder b, van de WW het recht op een WW-uitkering uitsluit.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij is vastgesteld dat het bezwaar tegen de hoogte van de IVA-uitkering niet-ontvankelijk was verklaard wegens termijnoverschrijding en dat dit besluit in rechte vaststaat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ondanks volledige arbeidsongeschiktheid fulltime heeft gewerkt en dat artikel 19 WW Pro niet op hem van toepassing zou zijn omdat hij drie jaar geen IVA-uitkering ontving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet slaagt in zijn betoog. Het bezwaar richtte zich uitsluitend tegen de afwijzing van de WW-uitkering en niet tegen de wijziging van de IVA-uitkering. De wettelijke bepaling in artikel 19 WW Pro biedt geen ruimte voor belangenafweging of flexibele toepassing. Daarom wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en blijft de afwijzing van de WW-uitkering in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de WW-uitkering wordt bevestigd omdat appellant een IVA-uitkering ontvangt en daardoor geen recht heeft op een WW-uitkering.