ECLI:NL:CRVB:2013:943

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2013
Publicatiedatum
10 juli 2013
Zaaknummer
11-6461 AWBZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding en schadevergoeding na intrekking hoger beroep tegen CIZ-besluit

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar inzake een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Nadat het CIZ op 12 juni 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar nam waarin het bezwaar van appellante werd gehonoreerd, trok appellante haar hoger beroep in en verzocht zij de Raad om het CIZ te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet een bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener op verzoek kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten, maar alleen voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Appellante had haar beroep zonder professionele rechtsbijstand geschreven met hulp van mantelzorgers, zodat geen kosten van beroepsmatige rechtsbijstand waren gemaakt. Daarom was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Ook het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen, omdat geen proceskostenveroordeling was toegewezen.

De Raad wees het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding af en verwees appellante voor vergoeding van griffierecht rechtstreeks naar het CIZ. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, op 10 juli 2013.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.

Uitspraak

11/6461 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:73a van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 september 2011, 10/793 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Op 12 juni 2012 heeft het CIZ een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 22 juli 2012 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het CIZ te veroordelen in de proceskosten en vergoeding van wettelijke rente. Bij brieven van 17 augustus 2012 en 30 september 2012 heeft appellante haar verzoek nader toegelicht.
Het CIZ heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het CIZ bij besluit van 12 juni 2012 alsnog aan het bezwaar is tegemoet gekomen.
Aangezien de rechtbank bij de aangevallen uitspraak reeds heeft beslist ten aanzien van de proceskosten die aan de zijde van appellante zijn gevallen in verband met de procedure in eerste aanleg, staan hier slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling
Artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) bepaalt, voor zover hier van belang, dat een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb uitsluitend betrekking kan hebben op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Appellante heeft aangegeven met hulp en inzet van mantelzorgers een hoger beroep te hebben geschreven.
Aangezien niet gebleken is van kosten en evenmin van beroepsmatig verleende rechtsbijstand is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De Raad begrijpt uit de in de brieven van 17 augustus 2012 en 30 september 2012 door appellante gegeven toelichting, dat haar verzoek om schadevergoeding betrekking heeft op wettelijke rente over de proceskostenveroordeling. Omdat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling wordt dit verzoek alleen al hierom afgewezen.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het CIZ wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;
Wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;
Wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van
E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
10 juli 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) E. Blijleven-de Vries
eh