ECLI:NL:CRVB:2013:BY6237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, voormalig accountmanager, ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA vanwege diverse klachten. Na melding van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid per 3 november 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat er geen recht op een nieuwe uitkering ontstond omdat geen sprake was van objectief vastgestelde toegenomen beperkingen.
Appellant stelde dat zijn medische situatie was verslechterd, onderbouwd met een brief van een internist waarin het chronisch vermoeidheidssyndroom werd genoemd. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat de klachten niet waren toe te schrijven aan de oorspronkelijke aandoeningen maar aan andere stoornissen die al waren meegenomen in de eerdere beoordeling.
De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het Uwv en verklaarde het bezwaar ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat artikel 57 van Pro de Wet WIA alleen ziet op toename van de medische beperkingen die ten grondslag lagen aan de eerdere uitkering. Omdat geen toename is vastgesteld, is geen nieuwe uitkering verschuldigd.
De Raad wijst erop dat de arbeidskundige beoordeling in dit kader niet relevant is zonder medische toename. De uitspraak van de rechtbank wordt met wijziging van gronden bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen medische beperkingen.