ECLI:NL:CRVB:2013:BY7626

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/1447 WW + 09/1448 WW + 09/1449 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluiten

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Arnhem inzake UWV-besluiten. Tijdens de procedure heeft het UWV zich in twee van de drie dossiers gedeeltelijk tegemoetgesteld aan de bezwaren van appellant, wat leidde tot intrekking van het hoger beroep voor die dossiers.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro het bestuursorgaan bij gedeeltelijke tegemoetkoming in de procedure kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant voor de dossiers waarin tegemoetkoming heeft plaatsgevonden, begroot op €322 voor de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep.

Verzoeken tot vergoeding van griffierecht en overige kosten worden afgewezen omdat deze niet onder de proceskostenveroordeling vallen of reeds door de rechtbank zijn toegewezen. Het onderzoek ter zitting is achterwege gebleven met instemming van partijen. De uitspraak is gedaan op 2 januari 2013 door B.M. van Dun.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €322 aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

09/1447 WW, 09/1448 WW, 09/1449 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Arnhem van 27 januari 2009, 08/4865 (aangevallen uitspraak 1) en 07/5517 en 08/1205 (aangevallen uitspraak 2)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 2 januari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. I.P. Rietveld, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken.
Op 23 januari 2012 heeft het Uwv een nieuw besluit genomen.
Appellant heeft de hoger beroepen ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
2. Appellant heeft als reden voor de intrekking van de door hem ingestelde hoger beroepen aangevoerd dat het Uwv aan zijn bezwaren tegemoet is gekomen. Uit het besluit van 23 januari 2012 blijkt echter dat het Uwv het aantal vrij te laten uren niet gewijzigd heeft vastgesteld, zodat het verzoek om terug te komen van dit vastgestelde aantal niet is gehonoreerd en het Uwv dus niet is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Voor een veroordeling van het Uwv tot vergoeding van de kosten van verleende rechtshulp in de procedure met dossiernummer 09/1447 WW is dan ook geen aanleiding.
3. Het Uwv is appellant wel tegemoet gekomen in de procedure met dossiernummers 09/1448 WW en 09/1449 WW. Er bestaat aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten van rechtsbijstand in hoger beroep worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,-. Voor de procedure in hoger beroep is een toevoeging ingevolge de Wet op de rechtsbijstand afgegeven.
Uit aangevallen uitspraak 2 blijkt dat de rechtbank het Uwv reeds in de kosten heeft veroordeeld die verband houden met verleende rechtsbijstand in beroep, alsmede de reiskosten van en naar de zitting bij de rechtbank op 17 december 2008. Het verzoek van appellant om het Uwv ook in deze kosten te veroordelen kan dan ook niet worden gehonoreerd.
4. Het verzoek van appellant om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van het door hem betaalde griffierecht in hoger beroep kan evenmin worden gehonoreerd. Een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb ziet niet op de terugbetaling van griffierecht. Uit het bepaalde in artikel 8:41, vierde lid, van de Awb volgt rechtstreeks dat het Uwv in een geval als dit verplicht is het griffierecht te vergoeden, zodat de Raad over de terugbetaling van griffierecht geen uitspraak hoeft te doen.
5. Het Besluit proceskosten bestuursrecht bevat een limitatieve opsomming van proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen. In vergoeding van de in verband met een afgegeven toevoeging te betalen eigen bijdrage is daarbij niet voorzien. De namens appellant gevorderde kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.
6. Gelet op 2 tot en met 5 bedragen de voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten € 322,-.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 322,-, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2013.
(getekend) B.M. van Dun
(getekend) P. Boer