ECLI:NL:CRVB:2013:BY7687
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beslissing over ingangsdatum buitengewoon pensioen op grond van verzetsactiviteiten ouders
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank om de ingangsdatum van haar buitengewoon pensioen niet terug te zetten naar 1997, de datum van haar eerste aanvraag. De aanvraag was oorspronkelijk gebaseerd op het verzet van haar vader, maar latere onderzoeken toonden aan dat het verzet van haar moeder en de arrestatie daarvan een ernstigere verstoring van haar levensomstandigheden veroorzaakten.
De Raad overwoog dat hoewel medici met hedendaagse kennis tot een ander oordeel zijn gekomen, dit onvoldoende is om te spreken van een aan verweerder toe te rekenen aperte fout. Het beleid van verweerder is om bij herziening de ingangsdatum van het pensioen te stellen op de maand volgend op het verzoek, tenzij sprake is van een aperte fout.
De Raad bevestigde dat het eerdere besluit van verweerder om het pensioen toe te kennen met ingang van 1 juli 2007 terecht was en dat geen reden bestaat voor terugwerkende kracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van het buitengewoon pensioen wordt ongegrond verklaard; terugwerkende kracht wordt niet toegekend.