ECLI:NL:CRVB:2013:BY7956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over niet vast te stellen recht op bijstand en afwijzing kostenvergoeding
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. Het geschil betreft het recht op bijstand over de periode van 7 juli 2009 tot 20 september 2009.
Het college had bij besluit van 4 mei 2010 bijstand toegekend over een eerdere periode en bij een later besluit van 21 september 2010 het bezwaar gegrond verklaard en aangekondigd het eerdere besluit zo nodig te herroepen. Vervolgens vroeg het college appellant om nadere gegevens, die niet werden aangeleverd, waarna het college bij brief van 24 november 2010 een definitief besluit nam dat het recht op bijstand over de betreffende periode niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit van 21 september 2010 niet in stand kon blijven omdat het college geen inhoudelijk oordeel had gegeven over het recht op bijstand, maar dat de brief van 24 november 2010 als een aanvullend besluit moest worden beschouwd. Het beroep tegen dat bestreden besluit werd gegrond verklaard, maar het beroep tegen de brief van 24 november 2010 ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief van 24 november 2010 een zelfstandig en definitief besluit is en dat het college terecht geen vergoeding van kosten in bezwaar heeft toegekend omdat het oorspronkelijke besluit van 4 mei 2010 niet is herroepen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.