ECLI:NL:CRVB:2013:BY7961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en haar bijstand werd per 9 oktober 2008 ingetrokken vanwege een schending van de inlichtingenverplichting. Dit volgde op de sluiting van haar woning door de burgemeester, waarna haar feitelijke verblijfplaats onduidelijk bleef. Hoewel zij ingeschreven bleef op het uitkeringsadres, de huur bleef betalen, haar bezittingen achterliet en post haalde, was zij feitelijk niet woonachtig op dat adres.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij door psychische klachten niet in staat was haar administratieve verplichtingen na te komen. Tevens was het aan appellante om duidelijkheid te verschaffen over haar verblijfplaats, wat zij niet deed. Het college hoefde niet te onderzoeken of zij elders in de gemeente woonde.
De intrekking van de bijstand was daarom terecht, ook omdat hersteltermijnen niet van toepassing waren en het college bevoegd was tot intrekking op grond van artikel 54, derde lid, WWB. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.