ECLI:NL:CRVB:2013:BY8121
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van Wuv wegens ontbreken causale ziekte of gebrek
Appellant, geboren in 1941 en van Joodse afkomst, was ondergedoken tijdens de Tweede Wereldoorlog en vroeg in 2009 om een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder wees dit verzoek af omdat geen sprake was van ziekten of gebreken die het gevolg waren van de vervolging.
Appellant bracht een psychiatrisch rapport in van psychiater B. Hoek, die een dysthyme stoornis en een persoonlijkheidsstoornis vaststelde en een verband legde met traumata uit de oorlogsjaren. Verweerder stelde zich op het standpunt dat het vereiste oorzakelijk verband ontbrak, gesteund door het rapport van psychiater H.S.R. Witte, die het rapport van Hoek kritisch becommentarieerde.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit voldoende onderbouwd is door de medische adviezen, met name het rapport van Witte, die stelde dat appellant niet voldoet aan de criteria voor een dysthyme stoornis en dat de persoonlijkheidsstoornis vooral is ontstaan door factoren na de oorlog. Er is geen causale relatie tussen de vervolging en de beperkingen van appellant. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 januari 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een causale ziekte of gebrek.