ECLI:NL:CRVB:2013:BY8132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel wegens te laat inleveren statusformulier WWB door onvoldoende bewijs verzending
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Delft legde een maatregel van 5% verlaging van de bijstand op wegens het niet tijdig inleveren van het statusformulier van augustus 2010. Appellant leverde het formulier op 24 september 2010 in, terwijl de uiterste inleverdatum 6 september 2010 was.
Het college kon echter niet aannemelijk maken dat het formulier tijdig vóór 6 september 2010 was verzonden of bij appellant was bezorgd. Het formulier werd via Combiwerk verzonden, een gemeentelijke organisatie zonder registratie van verzendingen of retouren. Appellant bracht concrete voorbeelden naar voren waaruit blijkt dat postbezorging via Combiwerk niet altijd vlekkeloos verloopt.
De Raad oordeelde dat appellant geen verwijt kan worden gemaakt van het te laat inleveren, omdat het college niet heeft bewezen dat het formulier tijdig is ontvangen. Het college was daarom niet bevoegd een maatregel op te leggen. De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college was niet bevoegd een maatregel op te leggen wegens het niet tijdig inleveren van het formulier, omdat het niet aannemelijk was gemaakt dat het formulier tijdig was verzonden en ontvangen.