ECLI:NL:CRVB:2013:BY8252
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
In het verzet voerde appellant aan dat de Raad zijn brief van 20 juni 2012 niet had beantwoord en dat hij daarom onzeker was over het verlenen van uitstel voor betaling, waardoor hij niet tot betaling overging. De Raad stelde echter dat deze brief van 20 juni 2012 na de uiterste betaaldatum was ontvangen en dat het niet afhalen van de brief van 15 mei 2012 voor rekening en risico van appellant kwam.
De Raad oordeelde dat appellant niet kan worden vrijgesteld van het verzuim tot betaling van het griffierecht en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 11 januari 2013.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.