ECLI:NL:CRVB:2013:BY8290

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-2729 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep AOW-zaken

Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. De Raad stelde vast dat appellant het griffierecht niet binnen de oorspronkelijke termijn van vier weken had voldaan, noch binnen een tweede termijn van acht weken die de Raad hem na een verzoek daartoe had gegeven.

Appellant had bij brief op de laatste dag van de eerste termijn aangegeven vanwege financiële omstandigheden niet te kunnen betalen, maar de Raad heeft hierop niet gereageerd en alsnog het verzet ongegrond verklaard. Tijdens de zitting waren partijen niet aanwezig.

De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs niet kon worden vrijgesteld van het verzuim en dat het verzet daarom ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven en uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2013.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.

Uitspraak

11/2729 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2011, 10/4125 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 11 januari 2013
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 september 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 december 2012, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 16 september 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 28 juli 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Uit de gedingstukken blijkt dat appellant de Raad bij brief van 25 augustus 2011, en dus op de laatste dag van de betalingstermijn, heeft bericht dat hij gezien zijn financiële situatie niet in staat is het verschuldigde griffierecht te voldoen. Op deze brief heeft de Raad niet gereageerd.
In deze omstandigheden heeft de Raad aanleiding gezien appellant bij - aangetekend verzonden - brief van 5 juni 2012 opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht, binnen acht weken, te voldoen.
De Raad stelt vast dat het griffierecht - ook - binnen deze termijn niet is betaald.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 11 janvier 2013.