ECLI:NL:CRVB:2013:BY8315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onzorgvuldige voorbereiding en herziening bijstand
Appellante ontving bijstand vanaf 1996 en werd onderzocht na een anonieme melding over samenwonen en verzwegen giften. Het dagelijks bestuur trok de bijstand in en vorderde kosten terug over de periode 30 juli 2003 tot 13 maart 2008. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding van het besluit.
De Raad oordeelt dat appellante vanaf 30 juli 2003 maandelijks €500,- aan giften ontving, wat in mindering moet worden gebracht op de bijstand. Tevens is vastgesteld dat appellante en appellant vanaf 1 januari 2005 een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor bijstand over die periode terecht is ingetrokken. Het dagelijks bestuur wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen over de terugvordering.
Verder wordt het onderzoek heropend voor een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt aangemerkt. Het dagelijks bestuur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal €1.900,42. De uitspraak is gedaan op 8 januari 2013 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over 30 juli 2003 tot 31 december 2004 wordt vernietigd en de bijstand wordt herzien met een maandelijkse vermindering van €500,-.