ECLI:NL:CRVB:2013:BY8443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bijstandsverlening op grond van de WWB
Appellant heeft zich in augustus 2009 gemeld voor bijstand na beëindiging van zijn zelfstandige onderneming, maar heeft toen geen aanvraag ingediend. Pas in januari 2011 vroeg hij bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf augustus 2009. De bijstand werd toegekend vanaf januari 2011, omdat niet was gebleken van bijzondere omstandigheden die eerdere toekenning rechtvaardigen.
Appellant voerde aan dat hij destijds depressief was en onheus bejegend werd, en dat hij daarom recht had op terugwerkende kracht. De Raad oordeelde dat appellant in de tussenliggende periode zijn middelen aan levensonderhoud besteedde en zich meerdere malen tot het samenwerkingsverband had gewend zonder bijstand aan te vragen. Dit strookt met de bedoeling van de WWB, die bijstand alleen verleent aan mensen die niet in eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde omstandigheden geen bijzondere gronden vormen voor terugwerkende kracht en verwierp het hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank Zutphen werd bevestigd, waarbij alleen de opgelegde maatregel was vernietigd.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 10 januari 2011; geen terugwerkende kracht vanaf augustus 2009.