ECLI:NL:CRVB:2013:BY8476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schending inlichtingenverplichting bij intrekking bijstand wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Betrokkene ontving vanaf november 2006 bijstand op grond van de WWB en gaf bij aanvraag een woonadres op. Uit onderzoek van de Sociale Recherche bleek dat betrokkene vanaf juli 2008 niet meer op dat adres woonde, maar een zwervend bestaan leidde. Betrokkene had dit niet tijdig gemeld en gaf onjuiste informatie over zijn verblijfplaatsen.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat betrokkene zijn woonstede niet had prijsgegeven en dat de inlichtingenverplichting niet was geschonden, waardoor het besluit tot intrekking van de bijstand werd vernietigd. Het college ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de verklaringen van betrokkene en de bevindingen van het huisbezoek en getuigenverklaringen duidelijk maken dat betrokkene niet meer op het uitkeringsadres woonde. Het standpunt van betrokkene dat hij zijn zwervend bestaan al had gemeld, werd verworpen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van intrekking van de bijstand ongegrond. Het college had zich terecht bevoegd geacht de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen.
Uitkomst: De bijstand werd terecht ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting door betrokkene.