ECLI:NL:CRVB:2013:BY8762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim politieambtenaar
Appellant, werkzaam als politieambtenaar bij de regiopolitie Haaglanden, werd verweten dat hij in zijn privétijd in een parkeergarage in het gezicht van een burger, aangeduid als M, had gespuugd en zich onprofessioneel had uitgelaten. Dit gedrag werd aangemerkt als ernstig plichtsverzuim. Na een psychiatrisch en psychologisch onderzoek bleek dat er geen aanwijzingen waren voor een psychische stoornis of verhoogde impulsiviteit die het gedrag konden verklaren.
De korpsbeheerder legde appellant een disciplinaire straf van ontslag op, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeschort onder de voorwaarde dat appellant zich tot een bepaalde datum niet opnieuw schuldig zou maken aan ernstig plichtsverzuim. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellant niet de feiten, maar voerde aan dat het spugen een reflex was en dat zijn uitlating niet bedreigend was. De Raad oordeelde dat van een politiefunctionaris ook buiten werktijd een onkreukbare en de-escalerende houding mag worden verwacht. Het spugen en de uitlatingen waren onprofessioneel en konden als plichtsverzuim worden aangemerkt. Het psychologisch rapport ondersteunde het verweer van appellant niet.
De Raad concludeerde dat de korpsbeheerder bevoegd was de disciplinaire straf op te leggen en dat de straf niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en eerdere waarschuwingen aan appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim van appellant wordt bevestigd.