ECLI:NL:CRVB:2013:BY8945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt terugvordering bijstand wegens onvolledige gegevens en onjuiste intrekking
Betrokkene ontving vanaf 2006 bijstand en werkte daarnaast als glazenwasser, waarbij hij niet altijd zijn inkomsten volledig opgaf. Na onderzoek door de sociale recherche stelde het college vast dat betrokkene meer inkomsten had dan opgegeven en trok de bijstand in over de periode 2006-2010, met terugvordering van ruim €66.000.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende bewijs, met name omdat anonieme verklaringen niet als bewijs konden dienen. Het college nam daarop een nieuw besluit waarbij de intrekking en terugvordering werden beperkt tot de periode vanaf 2008.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college onvoldoende feiten heeft om de terugvordering over 2008 te rechtvaardigen en vernietigt het besluit voor dat jaar. Voor de periode vanaf 2009 is wel aannemelijk dat betrokkene inkomsten verzweeg, waardoor het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering. De Raad draagt het college op een nieuw besluit te nemen over de terugvordering vanaf 2009 tot eind 2010. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering wordt vernietigd voor 2008; het college moet een nieuw besluit nemen over terugvordering vanaf 2009.