ECLI:NL:CRVB:2013:BY9007
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij ZW-uitkering
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening waarbij het UWV wordt veroordeeld tot het betalen van voorschotten op haar Ziektewet-uitkering (ZW-uitkering).
De voorzieningenrechter stelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en een spoedeisend belang. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij door het opschorten van haar ZW-uitkering in financiële nood verkeert en daardoor niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen, wat ook haar gezondheid zou schaden.
Echter heeft verzoekster geen stukken overlegd ter onderbouwing van haar financiële noodsituatie. Tevens blijkt dat zij een aanvraag voor een bijstandsuitkering heeft gedaan en financiële steun ontvangt van familie. De gezondheidsclaim is niet met medische gegevens onderbouwd.
Daarom concludeert de voorzieningenrechter dat er geen zwaarwegend belang is dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt en wijst het verzoek af. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tot voorschotten op ZW-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.