ECLI:NL:CRVB:2013:BY9068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenplicht door onvolledige woongegevens
Appellant diende op 8 februari 2011 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarbij hij meerdere verblijfplaatsen opgaf. Na een nader onderzoek stelde het college vast dat appellant onvolledige inlichtingen had verstrekt over zijn woon- en leefsituatie en wees de aanvraag af. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard, waarna hij in beroep ging bij de rechtbank, die het besluit bevestigde.
De rechtbank oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet alle verblijfplaatsen correct op te geven, waaronder het niet vermelden van overnachtingen op straat en het te laat aanmelden bij een opvangproject. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn best had gedaan de formulieren correct in te vullen en dat het college onvoldoende onderzoek had verricht.
De Centrale Raad van Beroep stelde dat controleerbare gegevens over verblijfplaatsen essentieel zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand, ook van daklozen. Appellant had door onjuiste opgave onduidelijkheid gecreëerd en daarmee zijn inlichtingenplicht geschonden. Het college had terecht de aanvraag afgewezen op grond van artikel 17 en Pro 11 van de WWB. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant.