ECLI:NL:CRVB:2013:BY9160

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/5273 WW + 11/5274 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming UWV-besluiten niet gerechtvaardigd in hoger beroep

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht en diende daarbij meerdere besluiten van het UWV in met het verzoek tot beperkte kennisneming door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen. Appellant maakte bezwaar tegen het doorsturen van deze informatie aan het college, verwijzend naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat het feit dat het college de betreffende gegevens ook zelf bij het UWV had kunnen opvragen, geen gewichtige reden vormt om het college geen kennis te laten nemen van de stukken. Dit betekent dat de beperking van kennisneming niet gerechtvaardigd is.

De Raad besloot daarom de door appellant overgelegde UWV-besluiten aan hem terug te zenden met de uitnodiging deze desgewenst opnieuw in te dienen. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de stukken weliswaar niet beperkt mogen worden in kennisneming, maar appellant de mogelijkheid behoudt om de stukken opnieuw aan te leveren.

Uitkomst: De beperking van kennisneming van de door appellant overgelegde UWV-besluiten door het college is niet gerechtvaardigd.

Uitspraak

11/5273 WW en 11/5274 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
BESLISSING
inzake de toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen
[A. te B.]
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen (college)
INLEIDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 juli 2011, 08/2481 en 09/26.
Bij faxbericht van 8 november 2012 heeft appellant gereageerd op een verzoek van de Raad om nadere stukken in te zenden. Daarin heeft appellant kenbaar gemaakt dat hij er bezwaar tegen heeft als de Raad de door appellant te verstrekken informatie zal doorsturen naar het college. Dit bezwaar behelst een verzoek om beperkte kennisneming in de zin van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bij faxbericht van 23 november 2011 heeft appellant twee besluiten van het Uwv van 23 augustus 2006 over zijn recht op een werkloosheidsuitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering overgelegd. Bij faxbericht van 4 december 2012 heeft appellant twee besluiten van het Uwv van 29 oktober 2007 en één besluit van 23 november 2007 over de beëindiging, terug- en invordering van zijn werkloosheidsuitkering overgelegd.
OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet kunnen partijen die verplicht zijn stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de Raad meedelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de stukken. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet beslist de Raad of de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
2. De omstandigheid dat de Raad de in de Inleiding genoemde informatie ook bij het college had kunnen opvragen, is geen gewichtige reden als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb, om het college geen kennis te laten nemen van de door appellant overgelegde informatie. Uit het feit dat het college zelf de betreffende gegevens bij het Uwv had kunnen opvragen, blijkt al dat er geen grond is om het college geen kennis te laten nemen van de vijf door appellant overgelegde besluiten van het Uwv.
3. De door appellant overgelegde besluiten van het Uwv zullen aan hem worden teruggezonden, met de uitnodiging deze stukken desgewenst weer in te zenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat beperking van de kennisneming van de door appellant overgelegde besluiten van het Uwv niet gerechtvaardigd is.
Deze beslissing is genomen door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) P. Boer
TM