ECLI:NL:CRVB:2013:BY9280
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering
Verzoeker ontving een WAO-uitkering die door het Uwv bij besluit van 26 juli 2010 met ingang van 13 mei 2010 werd ingetrokken. Verzoeker trok het daartegen ingestelde beroep in, waardoor het besluit in rechte onaantastbaar werd. Vervolgens verzocht verzoeker het Uwv om terug te komen op dat besluit, onder verwijzing naar een rapport van de Nationale ombudsman. Dit verzoek werd op 10 april 2012 afgewezen.
Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank, maar deze kwalificeerde zijn brief als een bezwaarschrift tegen het afwijzingsbesluit van 10 april 2012 en stuurde dit door aan het Uwv. Het Uwv verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde verzoeker dat zijn brief van 28 juli 2012 geen bezwaar was tegen het afwijzingsbesluit, maar een beroep tegen het oorspronkelijke intrekkingsbesluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat door het intrekken van het oorspronkelijke beroep het intrekkingsbesluit definitief was geworden en dat het enige middel om heroverweging te vragen het verzoek om terug te komen was geweest. De rechtbank had de brief terecht aangemerkt als bezwaar tegen het afwijzingsbesluit. Het hoger beroep faalde, het verzoek om schadevergoeding en voorlopige voorziening werden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar tegen het afwijzingsbesluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard.