ECLI:NL:CRVB:2013:BY9641

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-7550 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig onderzoek beperkingen appellant

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem per 15 maart 2010 een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank 's-Hertogenbosch had het bezwaar ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant zorgvuldig was uitgevoerd.

Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen, met name aan zijn rechterhand, waren onderschat en dat hij daardoor niet in staat was zijn werk als monteur draadbomen uit te voeren. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen medische stukken waren die een beperking aan de rechterhand rond de datum in geding aantoonden. De beperkingen waren adequaat verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).

De Raad concludeerde dat appellant terecht geschikt was geacht voor zijn eigen werk en dat de subsidiair geduide functies onbesproken konden blijven. Er was geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

11/7550 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 21 november 2011, 11/1819 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 25 januari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.J.C. Asselbergs, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen mr. G.A. Vermeijden.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 23 september 2010 heeft het Uwv geweigerd appellant per 15 maart 2010 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
2. Bij besluit van 24 mei 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 23 september 2010 ongegrond verklaard.
3. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat er geen reden is het medisch onderzoek onzorgvuldig te achten. Voor de beoordeling van de psychische klachten van appellant heeft het Uwv een deskundige ingeschakeld. De beperkingen van appellant zijn weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Er is geen reden om aan te nemen dat appellant op de datum in geding meer of anders beperkt was dan in de FML is weergegeven.
Appellant is primair geschikt geacht voor zijn eigen werk als monteur draadbomen. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat is zijn eigen werk, of de subsidiair geduide functies, te verrichten.
4. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt, dat hij met zijn beperkingen niet in staat is arbeid te verrichten, herhaald. Met name de klachten aan zijn rechterhand zijn onderschat.
5.1. De Raad overweegt als volgt.
5.2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het onderzoek naar de beperkingen van appellant op juiste wijze heeft plaatsgevonden. Met de beperkingen is in voldoende mate rekening gehouden in de FML. Volstaan wordt met een verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak hieromtrent. Hieraan wordt toegevoegd dat er geen medische stukken zijn waaruit blijkt dat appellant rond de datum in geding beperkingen had aan zijn rechthand.
5.3. Uitgaande van de juistheid van de FML is er geen reden om aan te nemen dat de belastbaarheid van het eigen werk de belasting van appellant overschrijdt. Appellant is terecht geschikt geacht voor zijn werk als monteur draadbomen. De geduide functies kunnen derhalve onbesproken blijven.
6. Uit hetgeen is overwogen in 5.2 en 5.3 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2013.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) K.E. Haan
KR