ECLI:NL:CRVB:2013:BY9641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig onderzoek beperkingen appellant
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem per 15 maart 2010 een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank 's-Hertogenbosch had het bezwaar ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen, met name aan zijn rechterhand, waren onderschat en dat hij daardoor niet in staat was zijn werk als monteur draadbomen uit te voeren. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen medische stukken waren die een beperking aan de rechterhand rond de datum in geding aantoonden. De beperkingen waren adequaat verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad concludeerde dat appellant terecht geschikt was geacht voor zijn eigen werk en dat de subsidiair geduide functies onbesproken konden blijven. Er was geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.