ECLI:NL:CRVB:2013:BY9657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op loongerelateerde WGA-uitkering bij 52% verdienvermogenverlies
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek vanwege lichamelijke klachten gerelateerd aan diabetes mellitus en vroeg op 20 april 2010 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op 30 juli 2010 vast dat appellant recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering met een verlies aan verdienvermogen van 52%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd op 21 januari 2011 ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, stellende dat de medische beperkingen van appellant niet waren onderschat en dat alleen objectief medisch vastgestelde beperkingen relevant zijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege lichamelijke en psychische problemen meer beperkingen heeft en volledig arbeidsongeschikt is. Ter onderbouwing overhandigde hij brieven van een psychiater en fysiotherapeut.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig was en dat de nieuwe stukken geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. De psychische klachten waren niet zodanig ernstig dat zij tot meer beperkingen leidden en de fysiotherapeutische behandeling betrof een periode na de datum in geschil. De arbeidskundige beoordeling werd overgenomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een WGA-uitkering met 52% verdienvermogenverlies bevestigd.