ECLI:NL:CRVB:2013:BY9829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant ontvangt sinds december 2003 een WAO-uitkering van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. In mei 2010 verzocht hij om verhoging van deze uitkering wegens toegenomen klachten. Het UWV wees dit verzoek per november 2010 af en verklaarde het bezwaar hiertegen in mei 2011 ongegrond. De rechtbank Almelo bevestigde dit besluit in december 2011.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn diagnose PTSS. Hij betoogde dat de bezwaarverzekeringsarts tijdens de hoorzitting afwezig was en dat de rapportages van verzekeringsartsen ten onrechte zwaarder wogen dan het oordeel van een psychiater. Tevens voerde hij aan dat een primaire verzekeringsarts een volledige WAO-uitkering had toegezegd indien hij in 2005 een psychiater had bezocht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook informatie van de huisarts was ingewonnen. De afwezigheid van de bezwaarverzekeringsarts tijdens de hoorzitting maakte de conclusie niet onjuist. De Raad verwierp de stelling over de toezegging van een volledige uitkering als niet aannemelijk. Tevens werd het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de juistheid van het onderzoek.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 25 januari 2013 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van herziening van de WAO-uitkering.