ECLI:NL:CRVB:2013:BY9859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet verstrekken woningwaardegegevens
Appellant vroeg op 23 oktober 2009 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij hij aangaf door een arbeidsconflict geen inkomen te hebben en in een echtscheidingsprocedure te zijn verwikkeld. Het college verzocht appellant om nadere gegevens, waaronder de actuele hypotheekschuld en de WOZ-waarde van zijn woning die hij samen met zijn (ex-)partner bezat.
Hoewel appellant in de periode november 2009 tot februari 2010 een renteloze geldlening als voorschot ontving, werd zijn aanvraag om bijstand op 1 maart 2010 afgewezen vanwege het niet verstrekken van de gevraagde gegevens. Ook werd het voorschot teruggevorderd. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze besluiten ongegrond, omdat het niet verstrekken van de woningwaardegegevens de schending van de wettelijke inlichtingenverplichting vormde, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de waarde van de woning niet relevant was voor het vaststellen van het recht op bijstand, maar slechts voor de vorm van de bijstand. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. De Raad verwees naar vaste jurisprudentie dat gegevens over de waarde van een eigendom woning onmiskenbaar van belang zijn voor de verlening van bijstand.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het niet verstrekken van woningwaardegegevens wordt bevestigd.