ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op de intrekking van zijn WAO-uitkering per 26 maart 2001. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die rechtvaardigen dat de uitkering wordt hervat.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn aanvraag om hervatting van de WAO-uitkering niet juist is beoordeeld en dat hij nog steeds volledig arbeidsongeschikt is. De Centrale Raad van Beroep heeft de beroepsgronden van appellant en de overwegingen van de rechtbank Amsterdam bestudeerd en sluit zich hierbij aan.
Een medische verklaring van een reumatoloog uit 2011 bevat geen nieuwe informatie over de gezondheidstoestand van appellant per datum van intrekking (26 maart 2001) en kan daarom niet leiden tot herziening van het besluit. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.