ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0105

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-5247 WAO-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op de intrekking van zijn WAO-uitkering per 26 maart 2001. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die rechtvaardigen dat de uitkering wordt hervat.

In hoger beroep stelt appellant dat zijn aanvraag om hervatting van de WAO-uitkering niet juist is beoordeeld en dat hij nog steeds volledig arbeidsongeschikt is. De Centrale Raad van Beroep heeft de beroepsgronden van appellant en de overwegingen van de rechtbank Amsterdam bestudeerd en sluit zich hierbij aan.

Een medische verklaring van een reumatoloog uit 2011 bevat geen nieuwe informatie over de gezondheidstoestand van appellant per datum van intrekking (26 maart 2001) en kan daarom niet leiden tot herziening van het besluit. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

11/5247 WAO-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 augustus 2011, 10/4304 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 18 januari 2013
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: D. Heeremans
Ter zitting is verschenen: mr. J. Koning namens het Uwv.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 10 augustus 2010 ongegrond verklaard. Bij deze beslissing heeft het Uwv zijn besluit van 1 juni 2010 om niet terug te komen van de besluitvorming die heeft geleid tot de intrekking van de uitkering van appellant per 26 maart 2001, gehandhaafd. Het besluit van 1 juni 2010 is gebaseerd op de overweging dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die er toe leiden dat de uitkering van appellant ten onrechte zou zijn ingetrokken met ingang van 26 maart 2001.
2. Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat zijn aanvraag om de WAO-uitkering te hervatten niet juist is beoordeeld en dat hij nog steeds volledig arbeidsongeschikt is.
3. De rechtbank heeft de bij haar ingediende beroepsgronden, die nagenoeg overeenkomen met de gronden zoals in hoger beroep aangevoerd, op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en aangegeven waarom deze gronden niet slagen. De rechtbank heeft dit met juistheid gedaan. De Raad stelt zich dan ook volledig achter de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. De in hoger beroep overgelegde verklaring van de reumatoloog R. Adyel, gedateerd 29 oktober 2011, kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat deze verklaring geen nieuwe medische informatie over de gezondheidstoestand van appellant per 26 maart 2001 bevat.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D. Heeremans (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen