ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0107

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3840 WAO-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing recht op WAO-uitkering wegens niet verschijnen bij verzekeringsarts

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin het recht op WAO-uitkering werd afgewezen omdat hij herhaaldelijk niet is verschenen bij de verzekeringsarts. Appellant stelde dat hij sinds 1994 volledig arbeidsongeschikt is geweest door psychische beperkingen en dat deze beperkingen zich opnieuw voordoen. Hij voerde aan niet in staat te zijn om op oproepen te reageren en dat via zijn curator voldoende informatie beschikbaar is om het recht op uitkering vast te stellen.

De rechtbank Dordrecht heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV gehandhaafd. De rechtbank oordeelde dat de gronden van appellant onvoldoende waren om het besluit te wijzigen. De Centrale Raad van Beroep stelt zich volledig achter de overwegingen van de rechtbank en bevestigt dat er geen aanleiding is om de relevante wetsartikelen anders uit te leggen.

De Raad merkt op dat in bijzondere gevallen de verzekeringsarts een thuisbezoek kan afleggen om het noodzakelijke onderzoek te verrichten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 18 januari 2013.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV gehandhaafd.

Uitspraak

11/3840 WAO-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 27 mei 2011, 10/1012 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 18 januari 2013
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: D. Heeremans
Ter zitting is verschenen: mr. P.C.M. Huijzer namens het Uwv.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 15 juli 2010 ongegrond verklaard. Bij deze beslissing heeft het Uwv zijn besluit van 7 juni 2010 gehandhaafd. De beslissing op bezwaar is gebaseerd op de omstandigheid dat appellant herhaalde malen geen gehoor heeft gegeven aan oproepen van de verzekeringsarts, zodat het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld.
2. Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat hij vanaf 1994 tot 11 oktober 2005 volledig arbeidsongeschikt is geweest als gevolg van psychische beperkingen en dat het dossier voldoende aanknopingspunten biedt om aan te nemen dat die beperkingen zich thans opnieuw voordoen. Appellant zelf is niet in staat zijn problemen te overzien; derhalve is hij niet in staat om aan een oproep van het Uwv gehoor te geven. Aan de hand van de informatie die de curator van appellant aan de verzekeringsarts kan verstrekken, kan het recht op uitkering wel degelijk worden vastgesteld, aldus appellant.
3. De rechtbank heeft de bij haar ingediende beroepsgronden, die nagenoeg overeenkomen met de gronden zoals in hoger beroep aangevoerd, op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en aangegeven waarom deze gronden niet slagen. De rechtbank heeft dit met juistheid gedaan. De Raad stelt zich dan ook volledig achter de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Daaraan wordt toegevoegd dat er geen enkele aanleiding bestaat om de in dit geval relevante wetsartikelen anders uit te leggen dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gedaan. Ter voorlichting van appellant merkt de Raad nog op dat in bijzondere gevallen de mogelijkheid bestaat dat de verzekeringsarts een verzekerde thuis bezoekt ten einde het noodzakelijke onderzoek te verrichten.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D. Heeremans (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen