ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstand en terugvordering wegens onjuiste inkomensvaststelling studerende dochter
Appellant ontving samen met zijn echtgenote bijstand op grond van de WWB. De Regionale Sociale Dienst herzag de bijstand met terugwerkende kracht vanwege inkomsten van de studerende meerderjarige dochter, waarbij een tegemoetkoming studiekosten ten onrechte bij haar verdiensten was opgeteld.
Appellant voerde aan dat de loonstrookjes van de werkgever van zijn dochter frauduleus waren en dat de werkelijke gewerkte uren en inkomsten lager waren, onderbouwd met een reisboekingsbewijs. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de loonstrookjes onjuist waren, behalve voor de maand september 2008.
De Raad stelde vast dat het dagelijks bestuur de onderzoeksplicht had nageleefd en dat het redelijk was uit te gaan van de door de werkgever verstrekte gegevens. Wel werd erkend dat de studiekostentegemoetkoming ten onrechte was meegerekend, waardoor de korting op de bijstand voor augustus 2008 niet gehandhaafd kon worden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de herziening van de bijstand over augustus en september 2008 betrof en de gehele terugvordering, en droeg het dagelijks bestuur op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand en terugvordering wordt gedeeltelijk vernietigd en het bestuursorgaan wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.