ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.E.V. Lenos
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekering AOW wegens toepassing Duits recht bij werkzaamheden in Duitsland
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin een korting van 22% op zijn AOW-pensioen is toegepast wegens elf niet-verzekerde jaren. De Svb achtte appellant niet verzekerd in de perioden van 1 september 1970 tot en met 31 augustus 1974, van 22 april 1999 tot en met 31 december 2003 en van 1 mei 2005 tot en met 30 maart 2008.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het besluit van de Svb ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellant niet verzekerd was ingevolge de AOW in de laatste twee perioden omdat hij in Duitsland werkzaam was en het Duitse recht van toepassing was op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71.
In hoger beroep stelde appellant dat hij recht had op een hoger ouderdomspensioen omdat hij ook werkzaamheden in Nederland verrichtte. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat het Nederlandse recht van toepassing was en bevestigde dat het Duitse recht van toepassing was omdat appellant in Duitsland woonde en werkte. Ook het feit dat appellant in Nederland belasting en premies betaalde, leidde niet tot verzekeringsplicht volgens de AOW.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet verzekerd was ingevolge de AOW over de betwiste perioden en handhaaft de korting op het pensioen.