ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1002

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/1865 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding in WIA-zaken

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. Vervolgens stelde appellante verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

Tijdens de zitting over het verzet overhandigde appellante nieuwe medische informatie. De Raad oordeelde dat deze nieuwe informatie de termijnoverschrijding niet aan appellante kon worden toegerekend, waardoor het verzet gegrond werd verklaard.

De Centrale Raad van Beroep herstelde hiermee de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Appellante maakte geen aanspraak op vergoeding van proceskosten van het verzet. De uitspraak betreft een procedurele beslissing binnen het bestuursrecht en socialezekerheidsrecht, specifiek gericht op de WIA.

De beslissing is genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 februari 2013, waarbij de griffier en de voorzitter de uitspraak hebben ondertekend.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard omdat de termijnoverschrijding appellante niet kan worden verweten.

Uitspraak

12/1865 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 februari 2012, 08/2694 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting zijn verschenen: appellante, bijgestaan door P.A. Gijsbers
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 27 juli 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
Gelet op de ter zitting door appellante overgelegde nieuwe medische informatie is de Raad
- thans - van oordeel dat de termijnoverschrijding appellante niet kan worden verweten.
Appellante heeft ter zitting verklaard geen aanspraak te maken op vergoeding van de proceskosten van het verzet.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
(getekend) T.G.M. Simons
IvR