ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1008

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/2586 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. In het verzet tegen deze beslissing heeft appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aantonen dat het verzuim haar niet kan worden verweten.

De Centrale Raad van Beroep benadrukt dat het betalen van griffierecht bij procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet betekent dat voor procedures bij de Raad van Beroep geen griffierecht verschuldigd is. Tevens is appellante gewezen op de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen voor het griffierecht, maar hierop is niet gereageerd.

De Raad ziet geen reden om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet en verklaart het verzet ongegrond. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/2586 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2012, 12/520 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is verschenen: appellante
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 13 november 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat het verzuim appellante niet kan worden verweten. In artikel 22 van Pro de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het hogerberoepschrift door de griffier van de Raad een griffierecht wordt geheven. Dat appellante voor procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State griffierecht heeft betaald, betekent niet dat voor een (andere) procedure bij de Raad geen griffierecht is verschuldigd. De Raad heeft appellante voorts bij brief van 5 juni 2012 gewezen op de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen voor het griffierecht. Appellante heeft op die brief niet gereageerd.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
(getekend) T.G.M. Simons
IvR