ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering en terugvordering voorschot door Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering vanwege rug- en spanningsklachten, welke door het UWV is afgewezen na medisch en arbeidskundig onderzoek. Het UWV heeft ook een voorschot uitgekeerd dat later is teruggevorderd. Daarnaast is een verzoek om herziening van een eerder besluit inzake arbeidsongeschiktheid afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank heeft de besluiten van het UWV bevestigd, waarbij onder meer werd overwogen dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd. Het rapport van het Spine & Joint Centre bood onvoldoende basis om meer beperkingen vast te stellen. Ook de financiële en sociale omstandigheden van appellante boden geen aanleiding om af te zien van terugvordering.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij slechts geschikt is voor arbeid onder beschutte omstandigheden en dat de voorgestelde functies medisch niet passend zouden zijn. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat appellante geschikt was voor arbeid buiten WSW-verband en dat de medische beoordeling juist was.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat de beroepen ongegrond zijn en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering, de terugvordering van het voorschot en het verzoek om herziening.