ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld en weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als tomatenplukker, viel in november 2005 uit wegens hartklachten en onderging in juli 2006 een hartoperatie. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde een verzekeringsarts in december 2007 een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waaruit bleek dat appellant 10% arbeidsongeschikt was. Het UWV handhaafde in maart 2008 het besluit dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
In februari 2010 werd het ziekengeld van appellant beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor zijn arbeid. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Ook een aanvraag tot herkeuring wegens vermeende toegenomen klachten leidde tot een afwijzing van de WIA-uitkering in december 2010, met een daaropvolgend ongegrond verklaard bezwaar in mei 2011.
De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, stellende dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat geen toename van beperkingen was vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan.
De Centrale Raad van Beroep stelt zich achter de rechtbank en de bezwaarverzekeringsartsen. Er is geen objectieve toename van klachten vastgesteld en de medische beperkingen zijn gelijk gebleven aan de FML van 2007. De verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen en er is geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld en de weigering van een WIA-uitkering wegens onvoldoende toename van arbeidsongeschiktheid.