ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek vanwege pols-, hand- en schouderklachten en verzocht om een Ziektewet-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering per 17 augustus 2011, een besluit dat ook na bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en volledig was. De arts had lichamelijk onderzoek verricht van de schouder, pols, rechterarm en hand, en tevens de psychische gezondheidstoestand beoordeeld, rekening houdend met informatie uit de behandelende sector.
De rechtbank vond geen aanknopingspunten dat het medische oordeel onjuist was. De beperkingen van appellante waren niet onderschat, en er was geen sprake van invaliderende depressie of evidente beperkende pathologie bij de polsklachten. Ook de aspecifieke rugklachten gaven geen reden tot twijfel aan het oordeel.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat het medisch onderzoek summier en onzorgvuldig was, maar bracht geen nieuwe feiten of medische gegevens in. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de weigering van de Ziektewet-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering per 17 augustus 2011.