ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1191

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-793 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaren en proceskostenveroordeling

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar. Het UWV heeft vervolgens op bezwaar een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het hoger beroep als ingetrokken verklaard. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet is het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.

De proceskostenvergoeding is vastgesteld op een totaalbedrag van €1.919,41, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand en reiskosten. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak is gedaan door rechter C.P.J. Goorden op 13 februari 2013.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.919,41 aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

12/793 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 december 2011, 11/1019 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 13 februari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K.U.J. Hopman, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 14 september 2012 een nieuw besluit op bezwaar genomen.
Bij brief van 15 november 2012 heeft mr. Hopman namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Gelet hierop bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,-- in beroep en € 944,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand en € 31,41 aan reiskosten in totaal € 1.919,41.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.919,41, waarvan € 1.888,-- te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2013.
(getekend) C.P.J. Goorden
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen