ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid en ongegrondverklaring beroep tegen UWV-besluiten inzake Ziektewet en WIA
Appellant, voormalig beveiliger, viel in augustus 2010 uit wegens psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na beëindiging van het dienstverband in mei 2011 werd zijn ZW-uitkering toegekend, beëindigd en na bezwaar hervat. Diverse besluiten van het UWV, waaronder beëindiging van de ZW-uitkering na 104 weken en weigering van een WIA-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek, werden door appellant aangevochten.
De rechtbank Maastricht verklaarde meerdere beroepen van appellant niet-ontvankelijk of ongegrond vanwege onvoldoende procesbelang, het ontbreken van medische onderbouwing en het niet verschijnen bij medisch onderzoek. Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat de redelijke termijn was overschreden en dat zijn beroep ten onrechte als ingetrokken was beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraken van de rechtbank en oordeelt dat appellant onvoldoende nieuwe omstandigheden heeft aangevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verzoeken om dwangsom en schadevergoeding worden afgewezen. Er is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De Raad wijst ook het beroep af dat het beroep ten onrechte als ingetrokken werd beschouwd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.