ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1400

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-820 WUBO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in socialezekerheidszaak

Appellante stelde beroep in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank. De Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht van €35,-. Appellante ontving op 13 juni 2012 een aangetekende brief waarin zij werd verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Dit is niet gebeurd.

Na de uitspraak van 23 augustus 2012 probeerde appellante alsnog het griffierecht te betalen via Western Union, maar het bedrag is niet bij de Raad ontvangen. Bovendien vond deze betaling pas na de uitspraak plaats, wat niet tijdig is. Er zijn geen feiten of omstandigheden die het verzuim van appellante kunnen rechtvaardigen.

Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 februari 2013.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12/820 WUBO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet
Partijen:
[appellante], Indonesië (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)
Datum uitspraak: 15 februari 2013
PROCESVERLOOP
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 10 januari 2012.
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 23 augustus 2012 heeft de Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 23 augustus 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht (€ 35,-) niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat appellante bij aangetekende, aan het - juiste - adres van appellante verzonden, brief van 13 juni 2012 in de gelegenheid is gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen. Het griffierecht is bij de Raad niet ontvangen.
Bij het verzetschrift heeft appellante stukken gevoegd waaruit blijkt dat zij op 14 september 2012 via Western Union een bedrag van € 35,- heeft overgemaakt, waarbij als begunstigde - slechts - de naam van een medewerker van de Raad is vermeld.
De Raad stelt vast dat, nog daargelaten dat het bedrag bij de Raad niet is ontvangen, appellante pas na de ontvangst van de uitspraak van de Raad van 23 augustus 2012 heeft geprobeerd het griffierecht te betalen. Van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit appellante niet kan worden verweten, is niet gebleken.
Het verzet wordt ongegrond verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven