ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1401
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep WWB
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg in een WWB-zaken. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellante deed verzet tegen deze beslissing, stellende dat zij onvoldoende uitleg had gekregen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) en zich de ontvangst van een belangrijke brief niet kon herinneren.
De Raad oordeelde dat appellante de aangetekende brief van 11 juni 2012 wel heeft ontvangen, aangezien deze niet retour was gekomen en appellante de ontvangst niet ontkende. Verder was appellante in staat gebleken zelf hoger beroep in te stellen en had zij zich tot een advocaat gewend, zodat het niet tijdig betalen van het griffierecht niet gerechtvaardigd was.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken en het te laat betaalde griffierecht werd terugbetaald aan appellante. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.