ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang op grond van verblijfsstatus en art. 8 EVRM
Appellant, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon met een verblijfsvergunning die niet werd verlengd, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), vanwege zijn HIV-positieve status en kwetsbaarheid.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant op grond van zijn verblijfsstatus geen aanspraak kan maken op Wmo-voorzieningen. Ook vond het college geen aanleiding om op grond van artikel 8 EVRM Pro opvang te bieden, aangezien appellant over onderdak beschikte. Appellant ontving een maandelijkse bijdrage van €375,- uit het Aidsfonds waarmee hij zijn opvang bekostigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de bijdrage uit het Aidsfonds, ondanks dat het een vrijwillige en beëindigbare bijdrage betreft, in de gegeven omstandigheden als toereikend kan worden beschouwd als tijdelijke opvang. Er was geen sprake van een onevenwichtige afweging tussen publieke en particuliere belangen.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 februari 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag maatschappelijke opvang wegens verblijfsstatus en voldoende opvang via het Aidsfonds.