ECLI:NL:CRVB:2011:BR5385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. de Mooij
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellanten, beiden van Ghanese nationaliteit, vroegen op 3 maart 2010 toelating tot maatschappelijke opvang in Amsterdam. Hun aanvraag werd afgewezen omdat zij geen geldige verblijfstitel hadden en geen aanspraak konden maken op opvang volgens de Vreemdelingenwet 2000. Het College stelde dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagt vanwege het ontbreken van schrijnende omstandigheden.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde dat appellanten sinds december 2010 rechtmatig verblijf hadden, maar dat zij geen aanspraak konden maken op opvang op grond van de Wmo en Vreemdelingenwet.
De Raad overwoog dat artikel 8 EVRM Pro weliswaar bescherming biedt aan kwetsbare personen, waaronder kinderen, maar dat het Europese Hof een ruime beoordelingsvrijheid aan de staat toekent bij de besteding van publieke middelen. Appellanten hadden gedurende de procedure onderdak gevonden, waardoor geen onevenwichtige afweging tussen publieke en particuliere belangen bestond.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde daarom, en het beroep op artikel 3 EVRM Pro behoefde geen bespreking. De overige gronden van appellanten konden het oordeel niet wijzigen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De aanvraag voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel en het falen van het beroep op artikel 8 EVRM.