ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens niet-gelijkstelling met Nederlander bevestigd ondanks beroep op EVRM artikel 8
Appellant heeft bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam beëindigde deze bijstand omdat appellant niet langer met een Nederlander kan worden gelijkgesteld. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en afwijzing van een nieuwe aanvraag.
Appellant voerde aan dat hij een kwetsbare burger is en dat de Staat op grond van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verplicht is hem te helpen. De Raad overwoog dat appellant geen vreemdeling was in de zin van artikel 11 WWB Pro, waardoor artikel 16 WWB Pro van toepassing is, dat bijstand aan bepaalde vreemdelingen zelfs bij zeer dringende redenen uitsluit.
De Raad verwees naar jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens over de bescherming van kwetsbare personen, maar benadrukte dat de WWB een beperkte doelstelling heeft en dat de wetgever expliciet vreemdelingen buiten de hardheidsclausule heeft geplaatst. Een positieve verplichting op grond van artikel 8 EVRM Pro kan niet via de WWB worden ingevuld, maar ligt bij andere bestuursorganen.
Daarom blijft de beëindiging van de bijstand in stand en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard. Ook is geen grond voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 februari 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van bijstand omdat appellant niet langer met een Nederlander kan worden gelijkgesteld en wijst het hoger beroep af.