ECLI:NL:CRVB:2011:BU6844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om algemene en bijzondere bijstand aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf
De zaak betreft hoger beroep van ouders en hun kinderen, allen vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, tegen afwijzing van hun aanvragen voor algemene en bijzondere bijstand door het College van burgemeester en wethouders van Haarlem.
De ouders hadden aanvragen ingediend voor bijstand voor woonkosten en algemene bijstand, welke werden afgewezen omdat zij niet tot de kring der rechthebbenden behoren op grond van artikel 11 en Pro 16 van de Wet werk en bijstand (WWB). De rechtbank bevestigde deze besluiten, stellende dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te wijken en dat de aanvragers voorzien waren in onderdak en levensonderhoud via een stichting en het COA.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de staat op grond van internationaal recht, met name artikel 8 EVRM Pro, een positieve verplichting heeft om ook vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf te beschermen, zeker gezien hun kwetsbare positie. De Raad overweegt echter dat de WWB een beperkte doelstelling heeft en dat de wetgever expliciet heeft uitgesloten dat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf aanspraak kunnen maken op bijstand onder deze wet. Positieve verplichtingen uit artikel 8 EVRM Pro dienen door andere bestuursorganen te worden nagekomen, zoals het COA.
De Raad laat de vraag of appellanten als kwetsbare personen bijzondere bescherming genieten in het kader van de WWB in het midden, maar oordeelt dat het College terecht de aanvragen heeft afgewezen. Subsidies van de gemeente aan organisaties die vreemdelingen huisvesten leiden niet tot een verplichting tot bijstandverlening door het College. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en de hoger beroepen worden afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen omdat appellanten niet tot de kring der rechthebbenden behoren volgens de WWB.