ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering met terugwerkende kracht wegens bijzonder geval
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op 28 december 2009. Het UWV kende haar een uitkering toe met ingang van 28 december 2008, één jaar voor de aanvraag, maar weigerde verdere terugwerkende kracht omdat geen bijzonder geval werd aangenomen.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en wees het beroep af, stellende dat appellante al eerder bekend was met haar ziekte en de gevolgen daarvan. Appellante stelde echter dat haar ziektebeeld pas in oktober 2008 door een infectie verslechterde, waardoor zij toen pas inzicht kreeg in haar arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit inderdaad een bijzonder geval is, waarbij het redelijke verzuim niet kan worden aangenomen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd en de uitkering vastgesteld met ingang van 4 juni 2003, de dag waarop appellante 18 jaar werd.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie over bijzondere gevallen en de berekening van wettelijke rente bij vertraagde uitkeringen.
Uitkomst: De Wajong-uitkering wordt toegekend met ingang van 4 juni 2003 wegens een bijzonder geval van late ziekte-inzicht.