ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellante, voorheen werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering per 22 maart 2010 op basis van een rapportage van een verzekeringsarts die haar weer geschikt achtte voor arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard na een aanvullend medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusies konden worden gedragen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, maar bracht geen nieuwe medische informatie aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellante terecht als arbeidsgeschikt werd beschouwd.
De Raad wees het hoger beroep af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door J.J.T. van den Corput, in aanwezigheid van griffier D. Heeremans.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.