ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid bevestigd
Appellante was tot mei 2009 werkzaam als HRM-adviseur en heeft zich in januari 2011 ziek gemeld wegens overspannenheid, waarna zij een Ziektewetuitkering ontving. Het UWV beëindigde deze uitkering per 21 maart 2011 na onderzoek door verzekeringsartsen die oordeelden dat haar psychische en lichamelijke klachten niet zodanig ernstig waren dat zij haar werk niet kon verrichten.
De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De door appellante overgelegde verklaringen van haar huisarts en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige boden geen aanleiding om het standpunt van het UWV te betwijfelen.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij vanwege depressieve klachten en fibromyalgie ongeschikt is voor haar werk, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische rapportages, waaronder die van een reumatoloog, boden een voldoende grondslag om te concluderen dat appellante geschikt was voor haar eigen arbeid. De Raad zag geen aanleiding tot nader medisch onderzoek en wees het hoger beroep af.
Daarnaast wees de Raad het verzoek tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun op 20 februari 2013.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd per 21 maart 2011 wegens geschiktheid voor eigen arbeid.