ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen besluit in de zin van de Awb in brief over vergoeding vakantietoeslag en loon
Appellant was vanaf 17 januari 2011 als chauffeur in dienst bij een werkgever die op 17 mei 2011 failliet werd verklaard. Appellant diende een aanvraag in bij het UWV voor overname van betalingsverplichtingen op grond van de WW. Op 12 juli 2011 kende het UWV een uitkering toe voor onbetaald loon, niet opgenomen vakantiedagen en ATV-dagen.
Appellant stelde telefonisch vragen over de afrekening, waarop het UWV op 23 augustus 2011 reageerde met een brief waarin werd gesteld dat het loon een all-in loon was, waardoor vakantiegeld en zondaguren niet apart werden vergoed. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en kwalificeerde het bezwaar als gericht tegen het besluit van 12 juli 2011.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 23 augustus 2011 geen besluit in de zin van de Awb is omdat het slechts een feitelijke uitleg van het eerdere besluit bevatte. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat appellant zijn bezwaar tegen de omvang van de vergoeding had moeten richten tegen het besluit van 12 juli 2011. De brief bevatte geen nieuwe rechtsgevolgen en de bezwaarclausule in de brief gaf geen gerechtvaardigd vertrouwen op ontvankelijkheid van het bezwaar.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk.