ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vordering inzake leaseauto na herroeping ontslag ambtenaar
Appellant was ambtenaar bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en werd in 2001 ontslagen wegens ongeschiktheid. Dit ontslagbesluit werd later herroepen, waarna het dienstverband werd hersteld tot september 2005. Appellant vorderde onder meer betaling van gederfd salaris en een bedrag van € 2.711,25 uit een leaseauto-eindafrekening.
In eerdere procedures werden meerdere besluiten vernietigd en herzien, waarbij een deel van de geschillen werd geschikt. Het resterende geschil betrof het leaseautobedrag, waarover appellant bezwaar had gemaakt in 2002. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit van 2010 geen beslissing bevat op dat bezwaar, mede omdat de bezwaarprocedure geen schorsende werking had en het bezwaar niet gemotiveerd was behandeld.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar op onjuiste gronden. De Raad bevestigt deze uitspraak met verbetering van gronden en wijst appellant op de mogelijkheid om alsnog beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.