ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening verlaging bijstand wegens voortijdige stopzetting Werkatelier training
Appellant, bijstandsgerechtigde sinds 1999 met ontheffing van arbeidsverplichtingen, werd door het college aangemeld voor het Werkatelier, een vijf weken durend arbeidstoeleidingsproject. Na acht van vijfentwintig trainingsdagen stopte appellant voortijdig, waarna het college de bijstand met 100% verlaagde voor een maand wegens weigering deel te nemen aan het project.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verlaging niet op de juiste wettelijke grondslag berust. De Raad stelt vast dat ontheffing van arbeidsverplichtingen volgens de WWB altijd tijdelijk is en dat voortijdige stopzetting niet gelijkgesteld kan worden aan volledige weigering zonder expliciete regeling.
De Raad herroept het besluit tot 100% verlaging en stelt de bijstandverlaging vast op 10% gedurende één maand. Tevens veroordeelt hij het college tot vergoeding van wettelijke rente over het te veel ingehouden bedrag. Andere schadeclaims van appellant worden afgewezen vanwege het karakter van de re-integratieverplichting als inspanningsverplichting.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige maatwerkafwegingen door het college en de noodzaak van een juiste wettelijke grondslag voor maatregelen bij niet-naleving van arbeidsverplichtingen.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met 10% verlaagd gedurende één maand vanaf 1 augustus 2010, met vergoeding van wettelijke rente over het te veel ingehouden bedrag.