ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motivering arbeidskundige grondslag WIA-uitkering
Appellante is sinds 2005 arbeidsongeschikt en ontvangt een WIA-uitkering. Het UWV heeft haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op basis van verschillende functies, waaronder de functie schadecorrespondent. Appellante betwist de voortzetting van haar WGA-uitkering per 30 april 2009 en voert onder meer aan dat een nieuwe beoordeling had moeten plaatsvinden na beëindiging van haar ziektewetuitkering in 2009.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat een tweede recht op WGA-uitkering naast een bestaand recht is uitgesloten en dat de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend was. In hoger beroep handhaaft appellante haar bezwaren, met name over de onvoldoende motivering van het belastingsaspect 4.22 van de functie schadecorrespondent.
De Raad stelt vast dat het UWV ten onrechte geen nadere motivering heeft gegeven bij dit aspect van de functie schadecorrespondent, waardoor deze functie niet als passend kan worden aanvaard. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken dit gebrek te herstellen. Vervanging door een reservefunctie biedt geen oplossing omdat dit leidt tot een andere schattingsuitkomst van de arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek in de arbeidskundige motivering van het bestreden besluit te herstellen.