ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s premies werknemersverzekeringen ondanks gebrekkige loonadministratie
Appellant, een ondernemer met een eenmanszaak in schoonmaakwerkzaamheden, werd geconfronteerd met correctienota’s van het UWV over de jaren 2003 tot en met 2005, gebaseerd op een boekenonderzoek van de Belastingdienst. Dit onderzoek concludeerde dat de loonadministratie van appellant niet voldeed aan de eisen, met een groot aantal ontbrekende uren die vermoedelijk wel zijn uitbetaald.
Het UWV stelde op grond hiervan de verschuldigde premies ambtshalve vast, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege schending van de hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de administratie van appellant onvoldoende was om een betrouwbare vaststelling mogelijk te maken.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het UWV terecht de premies ambtshalve had vastgesteld op basis van omzetgegevens en het rapport van de Belastingdienst, en dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had aangevoerd om de schatting te weerleggen. Ook werd het verzoek om terugverwijzing wegens schending van de hoorplicht afgewezen omdat appellant geen nadeel had ondervonden in de beroepsprocedure.
De Raad concludeerde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de premies ambtshalve mag vaststellen ondanks een gebrekkige loonadministratie en vernietiging van het besluit wegens schending van de hoorplicht.